De tuchtrechtprocedures

Paragraaf 1. Procedure in eerste aanleg

Artikel 9 Klacht
Klachten betreffende een beroepsbeoefenaar, die ingeschreven is in het RBCZ-register, of een zorgverlener die ingeschreven is in het TCZ-register of over een student die door de opleiding is aangemeld voor het TCZ-register en derhalve onderhevig is aan het tuchtrecht, worden schriftelijk bij het ambtelijk secretariaat van TCZ ingediend en ter kennis gebracht van in eerste instantie het College van Toezicht. Voor alle hierboven genoemde partijen geldt, dat zij aan de verplichtingen ten opzichte van de beroepsorganisatie, opleiding en TCZ/RBCZ hebben voldaan.

Artikel 10 Klaagschrift
Lid 1: Een klacht moet schriftelijk ingediend worden bij het ambtelijk secretariaat van de Stichting Tuchtrecht Complementaire Zorg, Postbus 297, 4700 AG, Roosendaal

Lid 2: Het klaagschrift bevat:
a. de naam, de voornamen en het adres van de klager;
b. de klacht en de feiten en gronden waarop deze berust;
c. de naam, het werkadres en, voor zover bekend, het woonadres van degene over wie wordt geklaagd.

Lid 3: Indien geklaagd wordt door:

a. een rechtstreeks belanghebbende moet er een duidelijke aanduiding zijn van het belang dat de klager bij het onderwerp van de klacht heeft;

b. de beroepsbeoefenaar die aan degene over wie wordt geklaagd een opdracht heeft gegeven, dient een duidelijke omschrijving van de onderlinge verhouding te overleggen;

c. een hoofdinspecteur of een inspecteur als bedoeld in artikel 65, eerste lid, onder d, van de wet moet melding doen van diens hoedanigheid.

Lid 4 Het klaagschrift is ondertekend door de klager, zijn advocaat of een andere gemachtigde.

Lid 5 De secretaris van het College van Toezicht vermeldt onverwijld de datum van ontvangst op het klaagschrift.

Artikel 11 Aanvulling klaagschrift
Indien het klaagschrift niet voldoet aan de vereisten gesteld in artikel 10 lid 2 t/m 4,  deelt de ambtelijk secretaris de klager, indien deze bekend is, mee in hoeverre het klaagschrift onvolledig is en nodigt hem uit het verzuim binnen een termijn van vier weken  te herstellen.

Artikel 12 Termijnen
De ambtelijke secretaris stuurt deze klacht binnen een termijn van hoogstens  vier weken en door naar de voorzitter van het College van Toezicht

Artikel 13 Vooronderzoek
Lid 1: De voorzitter kan een voorlopig onderzoek instellen. Hij kan daartoe partijen, getuigen en deskundigen horen.

Lid 2: Van het verhandelde tijdens het vooronderzoek, maakt degene die optreedt als secretaris, of degene die door de voorzitter van het College van Toezicht is aangewezen, proces-verbaal op. Het vooronderzoek kan zich mede uitstrekken tot andere dan in het klaagschrift vermelde feiten en omstandigheden. Degene die door de voorzitter op grond van het eerste lid is aangewezen om het vooronderzoek te verrichten, stelt de klager en degene over wie is geklaagd, in de gelegenheid door hem te worden gehoord. Hij kan getuigen en deskundigen horen. Ten aanzien van de getuigen en deskundigen is artikel 68 van de wet BIG van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de oproeping, het verzoek tot dagvaarding en het doen afleggen van de eed of belofte geschieden door degene die het vooronderzoek verricht.

Lid 3: Het proces-verbaal bevat de zakelijke inhoud van de verklaringen van de klager, degene over wie is geklaagd, de getuigen en de deskundigen. Degene die het vooronderzoek verricht, kan ambtshalve of op verzoek van een in de eerste volzin bedoelde persoon bepalen of een verklaring geheel of gedeeltelijk woordelijk zal worden opgenomen.

Lid 4: Het proces-verbaal wordt ondertekend door degene die het vooronderzoek verricht en degene die optreedt als secretaris.

Artikel 14 Ontvankelijkheid
Naar aanleiding van het vooronderzoek kan de voorzitter van het College van toezicht een klacht die ongegrond of van onvoldoende gewicht is bij schriftelijke met redenen omklede beslissing niet ontvankelijk verklaren. Indien een klacht ontvankelijk wordt verklaard volgt een zitting.