Procedure ter zitting

Artikel 15 Oproep belanghebbenden ter zitting
Lid 1: De secretaris nodigt de klager en degene over wie is geklaagd schriftelijk uit om op de terechtzitting te verschijnen, onder mededeling van de plaats, de dag en het uur van aanvang van het onderzoek op de terechtzitting, de samenstelling van het tuchtcollege, de plaats waar en de tijdstippen waarop de processtukken ter inzage liggen evenals de namen van de getuigen en de deskundigen, die zijn uitgenodigd of opgeroepen.

Lid 2: Bij de uitnodiging wordt een termijn van ten minste drie weken in acht genomen.

Artikel 16 Oproep deskundigen
De namen van de getuigen en de deskundigen die door de klager of degene over wie is geklaagd, zijn uitgenodigd of opgeroepen, worden ten minste één week vóór de terechtzitting aan de secretaris van het tuchtcollege meegedeeld. De secretaris brengt de klager en degene over wie is geklaagd, onverwijld op de hoogte van de namen van de getuigen en deskundigen die nog niet bij hen bekend zijn.

Artikel 17 Indien processtukken
Processtukken kunnen uiterlijk tot twee weken vóór de terechtzitting bij de secretaris worden ingediend.

Artikel 18 Openbaarheid van de zitting
De zitting en het vonnis zelf zijn in beginsel openbaar (uitzonderingen mogelijk). Toevoeging: echter bij minderjarigen kan de zitting achter gesloten deuren plaatsvinden. In het geval dat een partij van mening is dat een openbare behandeling van zijn zaak zijn belangen kan schaden, kan de voorzitter van het College van Beroep op zijn verzoek ook de deuren sluiten.

Artikel 19 Gang van zaken ter zitting
Lid 1: De voorzitter opent, leidt en sluit de terechtzitting.

Lid 2: Hij handhaaft de orde op de zitting.

Lid 3: De voorzitter kan degene die tijdens de zitting de stilte of orde verstoort, dan wel tekenen van goed- of afkeuring geeft, laten verwijderen.

Lid 4: Het horen van de klager en degene over wie is geklaagd, geschiedt door de voorzitter. De andere leden van het college van toezicht kunnen eveneens vragen stellen.

Lid 5: Door tussenkomst van de voorzitter kunnen de klager en degene over wie is geklaagd, elkaar vragen stellen.

Lid 6: Van het verhandelde op de terechtzitting maakt de secretaris of een door de voorzitter aangewezen persoon proces-verbaal op.

Lid 7: Het proces-verbaal wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris en een door de voorzitter aangewezen persoon.

Artikel 20 Beslissing  
Lid 1: Het College van Toezicht  grondt de uitspraak uitsluitend op hetgeen ter terechtzitting heeft plaatsgevonden en op de processtukken. Het college van Toezicht beslist binnen een termijn van twee maanden na de zitting.

Artikel 21 Geheimhouding
De leden van de colleges zijn verplicht tot geheimhouding met betrekking tot de beraadslagingen welke tot een vonnis hebben geleid.

Artikel 22 Uitspraak
Lid 1: De eindbeslissing van het college van toezicht bevat:

a. de naam, de voornamen en de woonplaats van de klager;
b. de naam, de voornamen en, voor zover bekend, het werkadres van degene over wie is geklaagd;
c. de naam en de voornamen van de raadsman van de klager en van die van degene over wie is geklaagd, alsmede de plaats waar deze personen hun beroep uitoefenen;
d. een omschrijving van de feiten en omstandigheden die naar aanleiding van de klacht zijn onderzocht;
e. de namen van de voorzitter en de andere leden van het tuchtcollege, die de zaak hebben behandeld en van de secretaris.

Lid 2: De eindbeslissing wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend. Bij verhindering van een van hen, wordt diens plaats ter zake van de ondertekening ingenomen door een ander lid van het college dan de voorzitter dat de behandeling van de zaak op de terechtzitting heeft bijgewoond.

Artikel 23 Verzending uitspraak
Van de uitspraak wordt een afschrift verzonden aan de klager, de verweerder en het bestuurd van de beroepsvereniging en of het registratie instituut.

Artikel 24 Hoger beroep mogelijkheid
Tegen de uitspraak van het College van Toezicht kan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep van TCZ. De termijn daartoe bedraagt 2 maanden.

Paragraaf 2. Procedure in hoger beroep

Artikel 25 Beroepschrift
Lid 1: Het beroepschrift vermeldt:

a. de naam, de voornamen en het adres van degene die het beroep instelt;
b. een duidelijke aanduiding van de eindbeslissing waartegen het beroep is gericht;
c. de gronden van het beroep.

Lid 2: Het beroepschrift is ondertekend door degene die het beroep instelt, zijn advocaat of een andere gemachtigde.

Lid 3: Het beroepschrift wordt ingezonden bij het College van Toezicht, dat de eindbeslissing waartegen beroep wordt ingesteld, heeft genomen.

Artikel 26
Lid 1: De ambtelijke secretaris zet onverwijld de datum van ontvangst op het beroepschrift en zendt de op de zaak betrekking hebbende processtukken zo spoedig mogelijk aan de voorzitter van het College van Beroep.

Lid 2: De ambtelijk secretaris stelt degenen die op grond van artikel 23, een afschrift van de eindbeslissing ontvangen, ervan in kennis dat tegen die beslissing beroep is ingesteld.

Artikel 27 Aanvulling beroepschrift
Indien het beroepschrift niet voldoet aan de vereisten gesteld in artikel 25 deelt de ambtelijk secretaris de klager, indien deze bekend is, mee in hoeverre het beroepschrift onvolledig is en nodigt hem uit het verzuim binnen een termijn van drie weken te herstellen.

Artikel 28 Procedure in hoger beroep
Voor zover mogelijk verwijzen naar artikelen inzake procedure eerste aanleg

Artikel 29 Zitting
Op de procedure van beroep zijn de artikelen  21-22 (lid 1 college van toezicht wordt college van beroep) -23 van toepassing